Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004

Alinea 86 Hoge Raad 7 mei 2004

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.

3.4.6. Art. 13 EVT opent nochtans voor de verdragssluitende partijen de mogelijkheid om ter zake een voorbehoud te maken, daartoe strekkende dat de betrokken Staat zich het recht voorbehoudt de uitlevering voor bepaalde feiten die behoren tot de in art. 1 genoemde categorieën te weigeren in het geval dat de aangezochte Staat deze beschouwt als een politiek delict, een connex politiek delict of als een delict geïnspireerd door politieke motieven; in dat geval zal echter bij de waardering van het karakter van het delict een aantal hieronder nader te noemen, in het eerste lid van art. 13 EVT omschreven, gezichtspunten in de beschouwingen dienen te worden betrokken. Nederland heeft een voorbehoud als bedoeld in art. 13 EVT gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 33903 tot 34655.