Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004
Alinea 87 Hoge Raad 7 mei 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.
Het EVT, dat primair beoogt de uitlevering ter zake van de daarin bedoelde delicten mogelijk te maken, bepaalt in art. 7 dat indien aan een desbetreffend uitleveringsverzoek geen gevolg wordt gegeven, de aangezochte Staat gehouden is de zaak met het oog op strafvervolging over te dragen aan zijn ter zake bevoegde autoriteiten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 34663 tot 35004.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b | shasum -a 256