Citaat | Hoge Raad 23 januari 2004
Alinea 18 Hoge Raad 23 januari 2004
Een alinea uit Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF7863.
Belanghebbende, geboren in 1935, was van 30 november 1971 tot januari 1993 in dienstbetrekking bij A BV (hierna: de BV). In het kader van die dienstbetrekking heeft de BV hem een pensioen toegezegd. Dit pensioen was gedeeltelijk ondergebracht bij C NV en betrof een verzekeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, lid 4, onder C, van de Pensioen- en spaarfondsenwet. Krachtens de overeenkomst zou per 1 september 1997 een bedrag groot ƒ 440.255 beschikbaar komen ten behoeve van de aankoop van pensioentermijnen. In september 1998 heeft belanghebbende, die inmiddels in België woonde, C NV verzocht om zijn pensioenkapitaal rechtstreeks over te maken naar D te Q, een in België gevestigde verzekeraar. D behoort niet tot de in artikel 11b van de Wet op de loonbelasting 1964, tekst 1998 (hierna: de Wet), genoemde categorieën van toegelaten verzekeraars. C NV heeft in september 1998 op het kapitaal een bedrag van ƒ 264.153 aan loonbelasting ingehouden en ƒ 176.102 overgemaakt naar D.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d118760df59a0b7994f204f5cfe8d0915c6b5cb5985d2dbbb85363e1501aa23e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d118760df59a0b7994f204f5cfe8d0915c6b5cb5985d2dbbb85363e1501aa23e, en de alinea staat in dat document op bytes 7153 tot 8162.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d118760df59a0b7994f204f5cfe8d0915c6b5cb5985d2dbbb85363e1501aa23e | shasum -a 256