Citaat | Hoge Raad 30 januari 2004
Alinea 47 Hoge Raad 30 januari 2004
Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF8839.
[eiseres] heeft verweer gevoerd. Zij voerde primair aan dat de ontvanger niet-ontvankelijk in zijn vordering dient te worden verklaard omdat hij de in 3.1 (ix) bedoelde termijn van twee maanden ongebruikt heeft laten verstrijken. Voor het geval dit verweer niet zou worden aanvaard, heeft zij de geldigheid bestreden van de aanslag Vpb 1995 waarop de vordering van de ontvanger is gebaseerd. Voor het geval ook dit verweer geen doel zou treffen, heeft zij gemotiveerd betwist onrechtmatig jegens de ontvanger te hebben gehandeld. [Eiseres] heeft voorts in reconventie de terugbetaling gevorderd van het door haar onder protest en voorbehoud van rechten betaalde bedrag van ƒ 815.773,--.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0, en de alinea staat in dat document op bytes 13767 tot 14467.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0 | shasum -a 256