Citaat | Hoge Raad 30 januari 2004

Alinea 53 Hoge Raad 30 januari 2004

Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF8839.

(e) [Eiseres] is voorts opgekomen tegen het oordeel van de rechtbank dat zij met [betrokkene 1] heeft gecontracteerd met geen ander doel dan om het door D en R aan de ontvanger geboden verhaal te fnuiken en dat [eiseres] daarmee onrechtmatig jegens de ontvanger heeft gehandeld (rov. 4.7). Ook deze grief treft geen doel omdat de omstandigheden van het geval ten minste het vermoeden wettigen dat [eiseres] onrechtmatig tegenover de ontvanger heeft gehandeld. Het had op de weg van [eiseres] gelegen daartegen tegenbewijs bij te brengen. Nu zij dit niet heeft gedaan en evenmin specifiek (tegen)bewijs heeft aangeboden, wordt aan haar verweer als onbewezen voorbijgegaan (rov. 4.8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0, en de alinea staat in dat document op bytes 18469 tot 19164.