Citaat | Hoge Raad 30 januari 2004

Alinea 54 Hoge Raad 30 januari 2004

Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF8839.

3.4 Onderdeel I van het middel is gericht tegen de hiervoor in 3.3 onder (a) en (b) samengevat weergegeven gronden waarop het hof het ontvankelijkheidsverweer van [eiseres] heeft verworpen. Het onderdeel kiest tot uitgangspunt dat de ontvanger zowel in zijn beslagrekest (zie hiervoor in 3.1 (vi)) als in de dagvaarding in de eerste procedure art. 6:162 BW als subsidiaire aansprakelijkheidsgrond heeft opgenomen. Het voegt daaraan toe dat art. 40 Iw een lex specialis is van art. 6:162 BW en dat ten tijde van de eerdere aansprakelijkstelling en dagvaarding al een aanslag aan D en R was opgelegd die onverhaalbaar was gebleken. Volgens het onderdeel had het hof onder deze omstandigheden en mede gezien de 'tweewegenleer' van de Hoge Raad, de ontvanger niet-ontvankelijk in zijn vordering moeten verklaren, althans zijn andersluidende beslissing nader moeten motiveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0, en de alinea staat in dat document op bytes 19202 tot 20086.