Citaat | Hoge Raad 30 januari 2004

Alinea 56 Hoge Raad 30 januari 2004

Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF8839.

3.6 In dit licht kan de stelling van het onderdeel dat art. 40 Iw 1990 een lex specialis is van art. 6:162 BW, waarmee klaarblijkelijk is bedoeld dat deze bijzondere aan de Invorderingswet ontleende bevoegdheid van de ontvanger de toepasselijkheid van de algemene regeling inzake de onrechtmatige daad verdringt, niet als juist worden aanvaard. Het toepassingsgebied van art. 40 Iw 1990 valt immers niet geheel binnen het toepassingsgebied van art. 6:162 BW: waar de eerstgenoemde regeling de aansprakelijkheid betreft van degene die een aanmerkelijk belang in een vennootschap heeft vervreemd voor de schulden van die vennootschap ter zake van de vennootschapsbelasting, houdt art. 6:162 een schadevergoedingsregeling in voor de benadeelde ter zake van een door een derde jegens hem gepleegde onrechtmatige daad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0, en de alinea staat in dat document op bytes 21542 tot 22368.