Citaat | Hoge Raad 30 januari 2004
Alinea 62 Hoge Raad 30 januari 2004
Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF8839.
3.8 Voor zover het onderdeel in dit verband mede een beroep doet op de in de rechtspraak van de Hoge Raad tot ontwikkeling gekomen 'tweewegenleer', faalt het eveneens. Het gaat hier om de vraag of de overheid (in dit geval de ontvanger), in een geval waarin haar bij een publiekrechtelijke regeling ter behartiging van zekere belangen bepaalde bevoegdheden zijn toegekend, die belangen ook mag behartigen door gebruik te maken van haar krachtens het burgerlijk recht toekomende bevoegdheden, zoals onder meer om een vordering op grond van een jegens haar gepleegde onrechtmatige daad bij de burgerlijke rechter in te stellen. Wanneer de betrokken publiekrechtelijke regeling daarin niet voorziet, is voor de beantwoording van deze vraag beslissend of gebruik van de privaatrechtelijke bevoegdheden die publiekrechtelijke regeling op onaanvaardbare wijze doorkruist (HR 26 januari 1990, nr. 13724, NJ 1991, 393).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0, en de alinea staat in dat document op bytes 25326 tot 26250.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0 | shasum -a 256