Citaat | Hoge Raad 30 januari 2004
Alinea 67 Hoge Raad 30 januari 2004
Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF8839.
3.11 De eerste klacht van onderdeel II is gericht tegen het oordeel van het hof dat de aanslag vennootschapsbelasting 1995 terecht en tot het juiste bedrag aan D en R is opgelegd, voorzover het hof met dat oordeel zou hebben bedoeld dat de door [eiseres] gevoerde verweren reeds op de formele rechtskracht van die belastingaanslag afstuiten. [Eiseres] betoogt dat het haar, mede gezien art. 6 EVRM, vrijstaat als verweer te voeren dat D en R rechtens geen schuld als in de aanslag geformaliseerd aan de ontvanger heeft, en/of dat de ontvanger die schuld eerder/tijdig rechtstreeks bij [eiseres] had kunnen invorderen en/of dat de door de ontvanger gestelde schade zich in werkelijkheid niet heeft voorgedaan, althans voor diens rekening behoort te komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0, en de alinea staat in dat document op bytes 29223 tot 29990.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0 | shasum -a 256