Citaat | Hoge Raad 30 januari 2004

Alinea 74 Hoge Raad 30 januari 2004

Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF8839.

3.17 Het tweede onderdeel van de vijfde klacht, inhoudende dat het hof ten onrechte heeft overwogen dat het op de weg van [eiseres] had gelegen specifiek (tegen)bewijs aan te bieden tegen het vermoeden dat zij onrechtmatig tegenover de ontvanger heeft gehandeld (zie hiervoor in 3.3 (e)), treft het doel. Aldus overwegende heeft het hof miskend dat aan een aanbod om tegenbewijs te leveren, niet de eis mag worden gesteld dat dit aanbod moet zijn gespecificeerd (vgl. onder meer HR 16 oktober 1998, nr. R 98/016, NJ 1998, 899 en HR 10 december 1999, nr. C 98/158, NJ 2000, 637). In zoverre is ook onderdeel III terecht voorgedragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 023fc537eed898306e0dd42fd282f07f96f6caf7c2fa99119107fe86ca57b5c0, en de alinea staat in dat document op bytes 36202 tot 36847.