Citaat | Hoge Raad 9 januari 2004
Alinea 54 Hoge Raad 9 januari 2004
Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF9656.
Het onderdeel treft doel. In het door bewindvoerder overgelegde dossier bevinden zich immers kopieën van de volledige rapporten waarop de bewindvoerder zich beroept. Deze rapporten zijn in eerste aanleg bij brief van 1 december 2000, die zich eveneens in het door de bewindvoerder overgelegde procesdossier bevindt, door de advocaat van de bewindvoerder aan de rechter-commissaris toegezonden ter voorbereiding op de door de rechtbank gelaste comparitie. Voorts is blijkens de inhoud van deze brief bij gelijke post een afschrift gezonden aan de advocaat van [verweerder] c.s.; in dit geding is niet gesteld dat dit afschrift niet is ontvangen. Bovendien volgt uit rov. 5.2.1 van het door de rechtbank gewezen eindvonnis dat deze verslagen daadwerkelijk in eerste aanleg in het geding zijn gebracht: de rechtbank overweegt immers met zoveel woorden dat zij "niet (is) afgegaan op de door de bewindvoerder opgestelde kernpunten doch (dat zij zich) heeft gebaseerd (...) op de verslagen zelf". 's Hofs oordeel dat de volledige rapporten niet zijn overgelegd is daarom onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b6d4d18e445bbcbe5ccbd3041c03440d613c215a1e59579e67fcbcc516b3a5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b6d4d18e445bbcbe5ccbd3041c03440d613c215a1e59579e67fcbcc516b3a5c, en de alinea staat in dat document op bytes 14588 tot 15683.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b6d4d18e445bbcbe5ccbd3041c03440d613c215a1e59579e67fcbcc516b3a5c | shasum -a 256