Citaat | Hoge Raad 23 januari 2004
Alinea 40 Hoge Raad 23 januari 2004
Een alinea uit Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AI0670.
4.2.4. Het hiervoor in 4.1 vermelde oordeel van het Hof geeft ook overigens geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Middel I faalt derhalve ook voor het overige.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d0859e26f30d8ddb1daf2df531462bcd5b3cbda1d9c23d7cb0bcb36191fadf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d0859e26f30d8ddb1daf2df531462bcd5b3cbda1d9c23d7cb0bcb36191fadf2, en de alinea staat in dat document op bytes 13600 tot 13965.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d0859e26f30d8ddb1daf2df531462bcd5b3cbda1d9c23d7cb0bcb36191fadf2 | shasum -a 256