Citaat | Hoge Raad 15 oktober 2004
Alinea 16 Hoge Raad 15 oktober 2004
Een alinea uit Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AI0676.
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. In een op 30 juni 1997 verleden akte hebben belanghebbende en G B.V., alsmede een tiental andere in die akte vermelde vennootschappen verklaard te zijn overeengekomen een commanditaire vennootschap aan te gaan, genaamd F C.V. (hierna ook: de CV), waarbij belanghebbende en G B.V. optreden als beherende vennoten en de overige vennootschappen als commanditaire vennoten. In een op dezelfde datum verleden akte hebben dezelfde contractpartijen verklaard dat zij een participatieovereenkomst hebben gesloten waarin is omschreven hetgeen zij met betrekking tot de inbreng in de CV zijn overeengekomen. In deze akte is vermeld dat "bij deze ten titel van inbreng (worden) geleverd aan de CV" onroerende zaken met een gezamenlijke waarde van ƒ 183.000.000. De voor dit geding van belang zijnde bepalingen in de beide akten zijn weergegeven in de uitspraak van het Hof en de conclusie van de Advocaat-Generaal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8752ade20bc2421bd4a73ca2570962b7a1fed5bead96325f98ec20e9244c332e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8752ade20bc2421bd4a73ca2570962b7a1fed5bead96325f98ec20e9244c332e, en de alinea staat in dat document op bytes 6674 tot 7647.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8752ade20bc2421bd4a73ca2570962b7a1fed5bead96325f98ec20e9244c332e | shasum -a 256