Citaat | Hoge Raad 15 oktober 2004

Alinea 17 Hoge Raad 15 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AI0676.

3.2. Het Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk de overeenkomst tot het aangaan van een commanditaire vennootschap beoordeeld in samenhang met de inhoud van de op dezelfde dag verleden akte waarin de inbreng is geregeld en waarin de bepalingen van de participatieovereenkomst zijn opgenomen. Het Hof heeft geoordeeld dat uit de in deze akten neergelegde voorwaarden en bepalingen, tezamen en in hun onderlinge verband bezien, moet worden afgeleid dat de overeenkomst tot het aangaan van een commanditaire vennootschap niet ertoe strekte partijen bij die overeenkomst in actieve samenwerking in het economische verkeer door middel van hun inbreng voordeel te doen behalen. Het heeft daaraan de gevolgtrekking verbonden dat F C.V. niet kan worden aangemerkt als een vennootschap in de zin van artikel 15, lid 1, letter e, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, zodat de daar geregelde vrijstelling van overdrachtsbelasting geen toepassing kan vinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8752ade20bc2421bd4a73ca2570962b7a1fed5bead96325f98ec20e9244c332e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8752ade20bc2421bd4a73ca2570962b7a1fed5bead96325f98ec20e9244c332e, en de alinea staat in dat document op bytes 7667 tot 8639.