Citaat | Hoge Raad 13 augustus 2004

Alinea 18 Hoge Raad 13 augustus 2004

Een alinea uit Hoge Raad 13 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AI0719.

Op 1 mei 2000 heeft belanghebbende een kerkgebouw gekocht teneinde dit als woning te gaan gebruiken. Tevoren had hij bij de gemeente geïnformeerd of zodanig gebruik was toegestaan, waarop de gemeente schriftelijk had verklaard daartegen in principe geen bezwaar te hebben, zij het dat in verband met het geldende bestemmingsplan nog een vrijstellingsprocedure ex artikel 19, lid 4, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening zou moeten volgen. Belanghebbende is aanstonds op 1 mei in het kerkgebouw gaan wonen. Korte tijd na de aankoop heeft hij met een installatiebedrijf afspraken gemaakt voor een grondige verbouwing. Met het oog hierop zijn de volgende voorzieningen aangebracht: een C.V.-ketel, 110 m2 lage temperatuur C.V. met vloerverwarming en 115 m2 spouwmuurisolatie. Voor de verbouwing is medio 2001 een bouwvergunning afgegeven. Het energiebedrijf heeft het verzoek van belanghebbende om toekenning van energiepremie afgewezen. Op het door belanghebbende gedane verzoek aan de Inspecteur hierover een uitspraak te doen, heeft de Inspecteur bij beschikking als bedoeld in artikel 36p, lid 3, van de Wet belastingen op milieugrondslag (tekst 2000-2003; hierna: Wbm) in het nadeel van belanghebbende beslist en bij uitspraak de door belanghebbende tegen deze beslissing ingebrachte bezwaren afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93addee36f4a615e242932d19795168576c2e47c4701049491eb409afd8581ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93addee36f4a615e242932d19795168576c2e47c4701049491eb409afd8581ee, en de alinea staat in dat document op bytes 7244 tot 8563.