Citaat | Hoge Raad 13 augustus 2004

Alinea 27 Hoge Raad 13 augustus 2004

Een alinea uit Hoge Raad 13 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AI0719.

Uit de gedingstukken blijkt dat de Inspecteur voor het Hof zich primair op het standpunt heeft gesteld dat het kerkgebouw niet kan worden aangemerkt als woning, welk begrip in artikel 1, onder 27, letter a, van de RE is gedefinieerd, voorzover hier van belang, als een voor bewoning bestemd gebouw. Het Hof is aan behandeling van deze stelling niet toegekomen, zodat deze na verwijzing alsnog aan de orde zou kunnen komen. De Hoge Raad kan dit punt echter terstond beslissen. Aangenomen moet worden dat de partijen bij het Convenant in de RE een woningbegrip hebben willen hanteren dat niet minder omvat dan het door de wetgever en de uitvoeringsregelinggever bedoelde begrip woning. In artikel 36p, lid 2, Wbm en artikel 8n, lid 1, Urbm, wordt ervan uitgegaan dat energiepremie kan worden verleend indien het apparaat of de voorziening is aangeschaft ten behoeve van een als woning gebruikte onroerende zaak. Een gebouw als het onderhavige, dat ten tijde van het aanbrengen van de voorzieningen als woning werd gebruikt en ten aanzien waarvan de gemeente heeft verklaard in principe geen bezwaar te hebben tegen gebruik als woning, moet worden aangemerkt als een woning in de zin van deze bepalingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93addee36f4a615e242932d19795168576c2e47c4701049491eb409afd8581ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93addee36f4a615e242932d19795168576c2e47c4701049491eb409afd8581ee, en de alinea staat in dat document op bytes 13044 tot 14259.