Citaat | Hoge Raad 13 augustus 2004
Alinea 20 Hoge Raad 13 augustus 2004
Een alinea uit Hoge Raad 13 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AI0724.
Zoals ook het Hof reeds heeft vermeld, zal de Inspecteur naar aanleiding van de brief van belanghebbende van 17 januari 2001 alsnog bij beschikking een uitspraak moeten doen over de beslissing van het energiebedrijf van 12 januari 2001, waarna tegen die beschikking bezwaar kan worden gemaakt en eventueel beroep bij het Hof kan worden ingesteld. Bij de beoordeling van de beslissing van het energiebedrijf moet ervan worden uitgegaan dat elke post die in de op artikel 36a, lid 1, letter j, en artikel 36p, lid 2, Wbm gebaseerde Uitvoeringsregeling energiepremies van 22 december 1999 met een eigen nummer wordt aangeduid, een afzonderlijke voorziening is. Voorts zal de vraag onder ogen moeten worden gezien of, zoals belanghebbende kennelijk wil betogen, sprake was van één als een geheel van onderling samenhangende en op elkaar afgestemde voorzieningen te beschouwen project. Als die vraag bevestigend moet worden beantwoord, dient een aanvraag om toekenning van energiepremie die binnen de in artikel 11 van de Regeling Energiepremie bedoelde termijn van dertien weken na de voltooiing en betaling van zo'n project wordt gedaan, als tijdig te worden aangemerkt, óók voor dat deel van de materialen dat in het kader van dat project meer dan dertien weken voor de aanvraag is aangebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b40fb7b7bdba842b3d084056cd10a4613e4487caf65d8fa370495c0528c83e53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b40fb7b7bdba842b3d084056cd10a4613e4487caf65d8fa370495c0528c83e53, en de alinea staat in dat document op bytes 9045 tot 10355.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b40fb7b7bdba842b3d084056cd10a4613e4487caf65d8fa370495c0528c83e53 | shasum -a 256