Citaat | Hoge Raad 9 januari 2004

Alinea 71 Hoge Raad 9 januari 2004

Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AK8380.

3.9.3 De opdracht aan arbiters luidde volgens het hof (zie hiervoor in 3.6.1, eerste zin) het in een procedure op tegenspraak vaststellen van het beloop van de door SFT aan [verzoeker] als gevolg van de "onjuistheid" van de gegeven garantie van onbezwaardheid te vergoeden schade, waarbij arbiters gehouden zijn op causaliteitsverweren, zo deze daadwerkelijk worden gevoerd, te beslissen. Het hof heeft voorts, in cassatie onbestreden, geoordeeld (rov. 9.5) dat SFT in de arbitrageprocedure uitdrukkelijk tot punt van geschil heeft gemaakt of de bezwaardheid de oorzaak is geweest van het niet doorgaan van de verkoop. Daarmee heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat het (ook) bij de vraag of er aanleiding bestond reeds op grond van het over en weer gestelde te oordelen dat [verzoeker] voorshands het bestaan van het door hem gestelde, maar door SFT betwiste oorzakelijk verband bewezen had, ging om een bezien in het geheel van de rechtsstrijd tussen partijen wezenlijke kwestie, waarover arbiters een gemotiveerde beslissing dienden te geven. Arbiters hebben voor hun bevestigende antwoord op deze vraag een motivering gegeven. In aanmerking genomen dat deze in haar geheel berust op een uitgangspunt dat, naar 's hofs in cassatie tevergeefs bestreden oordeel, iedere grond mist, heeft het hof echter terecht geoordeeld dat te dezen de vereiste motivering ontbreekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9be862e6dc78d0a322319b46ac21cab6b75b81cea17b9ad98b34f80289f212d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9be862e6dc78d0a322319b46ac21cab6b75b81cea17b9ad98b34f80289f212d, en de alinea staat in dat document op bytes 28489 tot 29875.