Citaat | Hoge Raad 13 augustus 2004

Alinea 24 Hoge Raad 13 augustus 2004

Een alinea uit Hoge Raad 13 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AL7032.

3.6. Volgens de tot 1 januari 1998 geldende bepalingen van de AWR kon geen boete (in de vorm van een verhoging van de aanslag) worden opgelegd in het geval van een nihilaanslag of een aanslag met een per saldo negatief bedrag. In die situatie moest een verzuim (tijdig) aangifte te doen dus onbeboet blijven. In zoverre kan niet worden gezegd dat verzuimen die zijn begaan onder het oude recht als bedoeld in § 46, lid 3, van het BBBB 1998 ook steeds beboete verzuimen moeten zijn. Een zwaardere beboeting bij herhaling van het verzuim is evenwel met het in § 4 van het BBBB 1998 vermelde doel van het opleggen van verzuimboeten, te weten het inscherpen van een gebod tot nakoming van fiscale verplichtingen, slechts verenigbaar indien de belastingplichtige destijds op zijn eerdere verzuim is gewezen. Zulks brengt mee dat de hier bedoelde - niet beboetbare - verzuimen bij het op de voet van § 21 van het BBBB 1998 bepalen van de plaats in de verzuimenreeks van een in een later jaar gepleegd verzuim slechts in aanmerking kunnen worden genomen, indien de inspecteur de belastingplichtige destijds heeft meegedeeld dat hij in verzuim was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c2aa2ed0c1d5f134587979fe3d2a1b869898575f1d15ed3f75cad3d0aed664d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c2aa2ed0c1d5f134587979fe3d2a1b869898575f1d15ed3f75cad3d0aed664d, en de alinea staat in dat document op bytes 13264 tot 14421.