Citaat | Hoge Raad 16 januari 2004

Alinea 38 Hoge Raad 16 januari 2004

Een alinea uit Hoge Raad 16 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2341.

3.2 Het gaat in deze zaak om de - door de rechtbank bevestigend en door het hof ontkennend beantwoorde - vraag of [eiser] ontvankelijk is in het op 5 april 2000 ingestelde verzet tegen het hem op 22 maart 2000 in persoon betekende verstekvonnis van 18 juli 1997, en met name om de vraag of in verband met de hiervóór in 3.1 onder (iii) tot en met (v) vermelde gedeeltelijke tenuitvoerlegging van dat vonnis moet worden aangenomen dat dit vonnis geacht moet worden ten uitvoer gelegd te zijn in de zin van art. 82 lid 1 (oud) Rv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59d6debf9a81939b7104fea2027467f4266f1ec05543452acaa9a86c847d93df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59d6debf9a81939b7104fea2027467f4266f1ec05543452acaa9a86c847d93df, en de alinea staat in dat document op bytes 9916 tot 10459.