Citaat | Hoge Raad 16 januari 2004

Alinea 41 Hoge Raad 16 januari 2004

Een alinea uit Hoge Raad 16 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2341.

3.4 Naar het oordeel van de Hoge Raad kan de thans in de wet neergelegde opvatting ook voor het oude recht als juist worden aanvaard. Daarbij is in aanmerking te nemen dat in het algemeen de veroordeelde, doordat het verstekvonnis aan hem betekend moet worden (art. 430 lid 3 Rv.), vervolgens ook het beslagexploot binnen acht dagen na het leggen van het derdenbeslag aan hem betekend moet worden (art. 475i Rv.) en aan de veroordeelde een afschrift moet worden gezonden van de na het verstrijken van vier weken na de beslaglegging door de derdebeslagene gedane verklaring (476b lid 3 Rv.), voldoende gelegenheid zal hebben de aangevangen tenuitvoerlegging van het verstekvonnis te beletten voordat de derdebeslagene de eerste termijn van een periodieke uitkering aan de beslaglegger uitbetaalt. Voorts is van belang dat het recht van verzet van de veroordeelde mede wordt gewaarborgd door de in de rechtspraak ontwikkelde regel (vgl. HR 25 februari 2000, nr. C98/210, NJ 2000, 509) dat onder omstandigheden onverkorte toepassing van de regeling van de verzettermijn in art. 81, 83 en 84 (oud) Rv. achterwege moet blijven indien die tot een resultaat leidt dat niet voldoet aan de eisen van een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 EVRM, en wel in het bijzonder in een situatie waarin een bij verstek veroordeelde pas in het stadium van tenuitvoerlegging met het veroordelend vonnis bekend raakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59d6debf9a81939b7104fea2027467f4266f1ec05543452acaa9a86c847d93df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59d6debf9a81939b7104fea2027467f4266f1ec05543452acaa9a86c847d93df, en de alinea staat in dat document op bytes 12612 tot 14021.