Citaat | Hoge Raad 16 januari 2004
Alinea 47 Hoge Raad 16 januari 2004
Een alinea uit Hoge Raad 16 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2341.
(iii) de veroordeelde, nadat vervolgens het verstekvonnis in persoon aan hem was betekend, binnen veertien dagen nadien verzet heeft ingesteld, zal in beginsel grond bestaan voor toepassing van de in 3.4 bedoelde in de rechtspraak ontwikkelde regel. Het hof heeft derhalve (in rov. 7) op zichzelf terecht naar het daar vermelde arrest verwezen, maar blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door buiten beschouwing te laten of zich de hiervóór bedoelde omstandigheden voordoen, met name of [eiser] ermee bekend was dat [verweerster] doende was het vonnis ten uitvoer te leggen doordat op zijn GUO-uitkering in verband met het gelegde derdenbeslag een bedrag ten behoeve van [verweerster] werd ingehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59d6debf9a81939b7104fea2027467f4266f1ec05543452acaa9a86c847d93df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59d6debf9a81939b7104fea2027467f4266f1ec05543452acaa9a86c847d93df, en de alinea staat in dat document op bytes 15246 tot 15971.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/59d6debf9a81939b7104fea2027467f4266f1ec05543452acaa9a86c847d93df | shasum -a 256