Citaat | Hoge Raad 20 januari 2004
Alinea 26 Hoge Raad 20 januari 2004
Een alinea uit Hoge Raad 20 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2526.
3.3. In aanmerking genomen dat, naar het Hof heeft vastgesteld, de verdachte - toen de door het slachtoffer [slachtoffer] bestuurde auto op zeer korte afstand achter zijn, verdachtes, auto reed op een tweebaansweg waarlangs bomen stonden, terwijl beide auto's een snelheid hadden van meer dan 100 km per uur - zich bewust van die situatie hard en onverhoeds heeft geremd, welke gedraging geëigend was [het slachtoffer] in ernstig gevaar te brengen, geeft het oordeel van het Hof dat de verdachte, aldus en onder die omstandigheden handelend, zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat [het slachtoffer] zou verongelukken en dat derhalve het opzet van de verdachte in de zin van voorwaardelijk opzet op de dood van [het slachtoffer] was gericht, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het evenmin onbegrijpelijk. De bewezenverklaring is derhalve ook voor wat betreft het bewezenverklaarde opzet voldoende met redenen omkleed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eff0e0595efeda4d529c8adee1067279805c98872eacc6a1cff666c78bcc5f37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eff0e0595efeda4d529c8adee1067279805c98872eacc6a1cff666c78bcc5f37, en de alinea staat in dat document op bytes 9516 tot 10494.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eff0e0595efeda4d529c8adee1067279805c98872eacc6a1cff666c78bcc5f37 | shasum -a 256