Citaat | Hoge Raad 6 januari 2004

Alinea 31 Hoge Raad 6 januari 2004

Een alinea uit Hoge Raad 6 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2529.

daarin verklaart [betrokkene 3] dat [verdachte] inderdaad toen een hotelkamer voor een Duitser had gereserveerd; die Duitser heeft een hondje met de naam [betrokkene 2] . [betrokkene 3] verklaart dat [verdachte] aan deze " [betrokkene 1] " een hoeveelheid softdrugs heeft verkocht die [verdachte] daartoe had klaargemaakt en in een tas had klaargezet. [betrokkene 3] verklaart dat vermoedelijk [betrokkene 4] de drugs die avond gebracht had bij [verdachte] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/001eefc262b3855dbc6c2faefcb928981d4fef84bb925d8f6bf68488e430a2f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 001eefc262b3855dbc6c2faefcb928981d4fef84bb925d8f6bf68488e430a2f8, en de alinea staat in dat document op bytes 13638 tot 14109.