Citaat | Hoge Raad 6 januari 2004
Alinea 47 Hoge Raad 6 januari 2004
Een alinea uit Hoge Raad 6 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2529.
Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat de verdachte zich minstgenomen willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de door hem aan [betrokkene 1] verkochte hoeveelheid softdrugs naar Duitsland zou worden vervoerd. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is, in aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat [betrokkene 1] , naar de verdachte wist, een Duitser was, dat in de in verdachtes woning aangetroffen telefoonklapper een Duits telefoonnummer van [betrokkene 1] stond vermeld, dat de verdachte ten behoeve van de desbetreffende - niet onaanzienlijke - transactie een hotelkamer voor [betrokkene 1] had gereserveerd en dat de betaling door [betrokkene 1] in Duitse marken (DM 25.620) heeft plaatsgevonden. De dienaangaande opgeworpen klachten falen dus.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/001eefc262b3855dbc6c2faefcb928981d4fef84bb925d8f6bf68488e430a2f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 001eefc262b3855dbc6c2faefcb928981d4fef84bb925d8f6bf68488e430a2f8, en de alinea staat in dat document op bytes 17938 tot 18797.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/001eefc262b3855dbc6c2faefcb928981d4fef84bb925d8f6bf68488e430a2f8 | shasum -a 256