Citaat | Hoge Raad 30 maart 2004

Alinea 40 Hoge Raad 30 maart 2004

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533.

3.5. Indien binnen bovenstaande grenzen sprake is van een vormverzuim en de rechtsgevolgen daarvan niet uit de wet blijken, moet de rechter beoordelen of aan dat vormverzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt. Daarbij dient hij rekening te houden met de in het tweede lid van art. 359a Sv genoemde factoren. Het rechtsgevolg zal immers door deze factoren moeten worden gerechtvaardigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/430ef1fa8929369f3ad99137a5ce8deedcf6c5225eb4f5595ffb85da11bf4ae8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 430ef1fa8929369f3ad99137a5ce8deedcf6c5225eb4f5595ffb85da11bf4ae8, en de alinea staat in dat document op bytes 17312 tot 17772.