Citaat | Hoge Raad 30 maart 2004

Alinea 54 Hoge Raad 30 maart 2004

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533.

Voorts brengt het hiervoor overwogene mee dat de rechter een onderzoek naar de juistheid van de feitelijke grondslag van het verweer achterwege kan laten op grond van zijn in zijn beslissing tot uitdrukking gebrachte oordeel dat het desbetreffende verweer in verband met hetgeen daartoe is aangevoerd niet kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging, tot bewijsuitsluiting of tot strafvermindering dan wel dat het verweer - ware het gegrond - slechts zou kunnen leiden tot de enkele vaststelling dat een onherstelbaar vormverzuim is begaan. Daarbij verdient nog opmerking dat indien materiaal ten aanzien waarvan een beroep is gedaan op bewijsuitsluiting, door de rechter niet voor het bewijs wordt gebezigd, de verdachte geen belang heeft bij een bespreking van zijn tot bewijsuitsluiting strekkende verweer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/430ef1fa8929369f3ad99137a5ce8deedcf6c5225eb4f5595ffb85da11bf4ae8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 430ef1fa8929369f3ad99137a5ce8deedcf6c5225eb4f5595ffb85da11bf4ae8, en de alinea staat in dat document op bytes 23140 tot 24007.