Citaat | Hoge Raad 30 maart 2004

Alinea 62 Hoge Raad 30 maart 2004

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533.

Ik, [verbalisant 1], zag en voelde dat de deur onder de trap in de hal niet afgesloten was. Dit was kennelijk de door de getuige [getuige] omschreven trap (het hof leest: toegang naar de kelder), waar de verkoper van de marihuana vermoedelijk de marihuana haalde. Ik, [verbalisant 1], liep deze kelder in. Ik zag dat er een soort bar was gemaakt. Ik zag dat op de bar diverse attributen lagen, zoals grote messen, snijplanken en verpakkingsmaterialen die gebruikt worden bij de verkoop van marihuana en/of hashish. Ik rook een zeer sterke en penetrante hash- c.q. marihuanageur in deze kelder. Tevens zag ik dat er naast de bar een kast aan de muur bevestigd was. Ik zag dat deze kast voorzien was van twee schuifdeuren, waarvan de linkerdeur openstond. Ik zag dat er in deze kast, voor de hand en zichtbaar met het blote oog, diverse doorzichtige plastic bakken met daarin marihuana stonden. Tevens zag ik dat er een doorzichtige plastic doos met daarin diverse lades in deze kast stond. Ik zag dat er hashish in deze doos zat. Vervolgens liep ik, [verbalisant 1], terug naar de woonkamer en legitimeerde ik mij ten aanzien van alle aanwezigen als politieambtenaar. Ik deelde de aanwezigen het doel van het binnentreden mede en ik toonde hen de schriftelijke machtiging tot binnentreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/430ef1fa8929369f3ad99137a5ce8deedcf6c5225eb4f5595ffb85da11bf4ae8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 430ef1fa8929369f3ad99137a5ce8deedcf6c5225eb4f5595ffb85da11bf4ae8, en de alinea staat in dat document op bytes 25465 tot 26766.