Citaat | Hoge Raad 16 januari 2004

Alinea 44 Hoge Raad 16 januari 2004

Een alinea uit Hoge Raad 16 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN7544.

3.2 De in het onderhavige kort geding ingestelde vorderingen strekken in de eerste plaats ertoe dat bij de berekening van de dag waarop [eiser] in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling als bedoeld in art. 18 WvSrNA rekening wordt gehouden met de op St. Kitts in preventieve detentie doorgebrachte tijd. Het gerecht heeft de daarop betrekking hebbende, hiervóór in 1 nader omschreven vorderingen afgewezen, en het hof heeft in hoger beroep bij tussenvonnis van 10 september 2002 geoordeeld dat die vorderingen niet toewijsbaar zijn, evenmin als de in hoger beroep subsidiair, voor het geval het verdisconteren van de periode van detentie te St. Kitts, de 23 maanden die naar de mening van [eiser] in mindering op zijn straf dienen te worden gebracht, niet mogelijk is, gevorderde schadevergoeding voor de daar in detentie doorgebrachte dagen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d1f1f0329f698731195e8e51fa3819292a9b2eb471d44e7e511fc598e92fcc7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d1f1f0329f698731195e8e51fa3819292a9b2eb471d44e7e511fc598e92fcc7c, en de alinea staat in dat document op bytes 11472 tot 12346.