Citaat | Hoge Raad 16 januari 2004
Alinea 46 Hoge Raad 16 januari 2004
Een alinea uit Hoge Raad 16 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN7544.
3.3.2 Voorzover het middel betoogt dat "een daartoe strekkende wetsbepaling" ertoe leidt dat met de in St. Kitts in preventieve detentie doorgebrachte tijd bij de berekening van de datum van voorwaardelijke invrijheidstelling rekening moet worden gehouden, faalt het. Art. 31 WvSrNA schrijft voor dat bij rechterlijke uitspraak wordt bepaald dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de uitspraak in verzekering, in voorlopige hechtenis of in detentie in het buitenland ingevolge een Nederlands-Antilliaans verzoek om uitlevering doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde tijdelijke gevangenisstraf geheel of gedeeltelijk in mindering zal worden gebracht. Nu van een uitleveringsverzoek geen sprake is, biedt art. 31 WvSrNA (zowel in de tot 1 oktober 1997 geldende tekst, als in de nadien geldende tekst) geen steun voor het door [eiser] gevorderde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d1f1f0329f698731195e8e51fa3819292a9b2eb471d44e7e511fc598e92fcc7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d1f1f0329f698731195e8e51fa3819292a9b2eb471d44e7e511fc598e92fcc7c, en de alinea staat in dat document op bytes 13026 tot 13923.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d1f1f0329f698731195e8e51fa3819292a9b2eb471d44e7e511fc598e92fcc7c | shasum -a 256