Citaat | Hoge Raad 9 januari 2004
Alinea 28 Hoge Raad 9 januari 2004
Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8082.
Voor opneming en verblijf in een zwakzinnigeninrichting is - behoudens wanneer sprake is van bereidheid van de patiënt dan wel van opneming en verblijf op basis van het oordeel van de indicatiecommissie als bedoeld in art. 60 lid 3 Wet Bopz - een voorlopige machtiging van een rechter vereist, indien de betrokkene blijk geeft van verzet tegen opneming of verder verblijf (art. 3 respectievelijk art. 53 lid 3 Wet Bopz). Wanneer een krachtens art. 60 opgenomen persoon ervan blijk geeft het verblijf in de zwakzinnigeninrichting te willen beëindigen, is met toepassing van art. 2 lid 4 Wet Bopz een voorlopige machtiging vereist om het verblijf in de inrichting voort te zetten (art.61 lid 2 Wet Bopz).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19dfcd44e425b0f4116aa49c1ec0499e973152860043e81263beefdf7c4ba5ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19dfcd44e425b0f4116aa49c1ec0499e973152860043e81263beefdf7c4ba5ff, en de alinea staat in dat document op bytes 9765 tot 10482.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/19dfcd44e425b0f4116aa49c1ec0499e973152860043e81263beefdf7c4ba5ff | shasum -a 256