Citaat | Hoge Raad 9 januari 2004
Alinea 35 Hoge Raad 9 januari 2004
Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8082.
4.6 In aanmerking genomen dat de rechtbank feitelijk heeft vastgesteld dat verzoeker hetzij vrijwillig hetzij met toepassing van art. 60 e.v. Wet Bopz in de zwakzinnigeninrichting verblijft, en dat sprake is van verzet van verzoeker tegen verder verblijf aldaar, betoogt onderdeel 1 terecht (en is door de rechtbank ook onder ogen gezien) dat in een geval als het onderhavige een voorlopige machtiging in de zin van art. 2 e.v. Wet Bopz is vereist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19dfcd44e425b0f4116aa49c1ec0499e973152860043e81263beefdf7c4ba5ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19dfcd44e425b0f4116aa49c1ec0499e973152860043e81263beefdf7c4ba5ff, en de alinea staat in dat document op bytes 12642 tot 13103.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/19dfcd44e425b0f4116aa49c1ec0499e973152860043e81263beefdf7c4ba5ff | shasum -a 256