Citaat | Hoge Raad 6 januari 2004
Alinea 22 Hoge Raad 6 januari 2004
Een alinea uit Hoge Raad 6 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8498.
3.4. De bewezenverklaring houdt in dat het hier gaat om een belediging die iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is aangedaan. In een dergelijk geval moet een uitlating als beledigend worden beschouwd wanneer zij de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer en goede naam. Het oordeel dat daarvan sprake is zal bij woorden waarvan het gebruik op zichzelf in het algemeen niet beledigend is, afhangen van de context waarin de uitlating is gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d2dfe3ca914ceb94b47b25e70837e9c41ab60ea5488ad2829619809710ba056. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d2dfe3ca914ceb94b47b25e70837e9c41ab60ea5488ad2829619809710ba056, en de alinea staat in dat document op bytes 8387 tot 8860.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d2dfe3ca914ceb94b47b25e70837e9c41ab60ea5488ad2829619809710ba056 | shasum -a 256