Citaat | Hoge Raad 6 januari 2004
Alinea 19 Hoge Raad 6 januari 2004
Een alinea uit Hoge Raad 6 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8554.
"Bij het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de raadsman van de verdachte, mr M.R. Mantz, op 20 februari 2002 per fax heeft verzocht om de processtukken in de zaak onder parketnummer 0909025401 voor de zitting van 22 maart 2002, te 16.00 uur. Hij heeft daarbij aangegeven dat de verdachte op dat moment uit anderen hoofde gedetineerd was. Tevens heeft de raadsman zich bij fax d.d. 9 maart 2002 gesteld als raadsman in de onderhavige zaak. Het hof is van oordeel dat deze berichtgeving van de kant van de (toenmalige) raadsman is aan te merken als een omstandigheid waaruit voortvloeit dat de verdachte tevoren bekend was met de dag van de terechtzitting in eerste aanleg van 22 maart 2002.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b91d338d48b1f927bdca65a26a7e1f2def2af7375d255803049bd5a8a5dcf0c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b91d338d48b1f927bdca65a26a7e1f2def2af7375d255803049bd5a8a5dcf0c4, en de alinea staat in dat document op bytes 6866 tot 7594.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b91d338d48b1f927bdca65a26a7e1f2def2af7375d255803049bd5a8a5dcf0c4 | shasum -a 256