Citaat | Hoge Raad 30 januari 2004

Alinea 37 Hoge Raad 30 januari 2004

Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8601.

3.2 De rechtbank heeft in rov. 3.2 geoordeeld dat [verweerder] aan zijn onder 1 vermelde vordering, voor zover gericht tegen [eiseres], het volgende ten grondslag heeft gelegd. [Eiseres] is aansprakelijk op grond van art. 7A:1638x (oud) BW (thans: 7:658 BW) dan wel op grond van art. 6:162 BW, voor de schade van [verweerder]. [Eiseres] dient namelijk vereenzelvigd althans gelijkgesteld te worden met de werkgever van [verweerder]. Bij [eiseres] berustte immers het toezicht en de verantwoordelijkheid voor voorkoming van arbeidsongevallen, zodat het aan [eiseres] is om aan te tonen dat alle maatregelen zijn genomen ter voorkoming van het ongeval. In rov. 4.2 heeft de rechtbank vervolgens geoordeeld dat zij, aangezien de vordering door [verweerder] voor behandeling in eerste instantie bij de rechtbank is aangebracht, en geen exceptie van onbevoegdheid door [eiseres] is ingeroepen tegen deze vordering zoals die in de dagvaarding is gegrond op art. 7:658 BW, in hoogste feitelijk ressort recht zal doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/522dbdb3e2714d100aa3c7050e7aaf181f70683adf4fcfffcccf007b9c495009. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 522dbdb3e2714d100aa3c7050e7aaf181f70683adf4fcfffcccf007b9c495009, en de alinea staat in dat document op bytes 8816 tot 9839.