Citaat | Hoge Raad 30 januari 2004

Alinea 38 Hoge Raad 30 januari 2004

Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8601.

3.3 Op 1 januari 2002 is in werking getreden de Wet van 6 december 2001 tot herziening van procesrecht in burgerlijke zaken, Stb. 2001, 580. Art. VII lid 1 van deze wet bepaalt dat ten aanzien van de verdere behandeling door een kantongerecht, een arrondissementsrechtbank, een gerechtshof of de Hoge Raad van zaken die op de datum van inwerkingtreding van deze wet aanhangig zijn, het recht van toepassing blijft zoals het gold voor de datum van inwerkingtreding van deze wet. Het strookt met de in deze bepaling neergelegde regel van overgangsrecht om te aanvaarden dat in een zodanig geval ook art. 157 (oud) Rv. van toepassing blijft. Zulks brengt mee dat, indien, zoals in het onderhavige geval, een zaak aanhangig is op 1 januari 2002 en de rechtbank in deze zaak na 1 januari 2002 op grond van art. 157 (oud) in hoogste ressort heeft rechtgesproken, cassatieberoep tegen deze uitspraak openstaat. Hieruit volgt dat de Hoge Raad met het oog op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep zal hebben te onderzoeken of het oordeel van de rechtbank dat in het onderhavige geval de voorwaarden voor de toepasselijkheid van art. 157 (oud) Rv. zijn vervuld, juist was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/522dbdb3e2714d100aa3c7050e7aaf181f70683adf4fcfffcccf007b9c495009. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 522dbdb3e2714d100aa3c7050e7aaf181f70683adf4fcfffcccf007b9c495009, en de alinea staat in dat document op bytes 9859 tot 11039.