Citaat | Hoge Raad 13 januari 2004
Alinea 64 Hoge Raad 13 januari 2004
Een alinea uit Hoge Raad 13 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN9235.
3.5. Mede gelet op de omstandigheid dat de niet-ontvankelijkverklaring ter zake van de onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde feiten is opgenomen in een aan de wettelijke vereisten beantwoordend eindvonnis, doet zich - anders dan in het middel wordt gesteld - in de onderhavige zaak niet het geval voor dat door een verzuim van een rechter tekort is gedaan aan de bevoegdheid die de wet de procesdeelnemers geeft om door het instellen van een rechtsmiddel beslissingen van die rechter aan het oordeel van een hogere rechter te onderwerpen. Nu ook overigens niet valt in te zien dat door toedoen van de Rechtbank het gerechtvaardige vertrouwen is gewekt dat het hoger beroep ten aanzien van de onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde feiten later dan veertien dagen na het wijzen van het als einduitspraak aan te merken vonnis van 30 augustus 2001 zou kunnen worden ingesteld, is het oordeel van het Hof daarop neerkomende dat het hoger beroep te laat is ingesteld en dat zulks niet verontschuldigbaar is, niet onbegrijpelijk. Ook de subsidiaire klacht faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adafb2ea6ab81b41f09ad6274a3266f0df6bebbf1c774b2e37d896d897ad714c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adafb2ea6ab81b41f09ad6274a3266f0df6bebbf1c774b2e37d896d897ad714c, en de alinea staat in dat document op bytes 20106 tot 21181.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/adafb2ea6ab81b41f09ad6274a3266f0df6bebbf1c774b2e37d896d897ad714c | shasum -a 256