Citaat | Hoge Raad 10 februari 2004

Alinea 39 Hoge Raad 10 februari 2004

Een alinea uit Hoge Raad 10 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN9913.

Dat oordeel is tegen de achtergrond van 's Hofs in de gebezigde bewijsmiddelen vervatte vaststellingen omtrent de feitelijke toedracht - die onder meer een weerlegging inhouden van de door de verdediging betrokken stelling dat verdachtes vriend van [het slachtoffer] klappen heeft gekregen - niet onbegrijpelijk, terwijl het in cassatie niet verder kan worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/942d430746f083782c2e8dc6277fd7ebe3f20bd13abb630ae6b50982c624029c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 942d430746f083782c2e8dc6277fd7ebe3f20bd13abb630ae6b50982c624029c, en de alinea staat in dat document op bytes 13448 tot 13830.