Citaat | Hoge Raad 12 maart 2004
Alinea 44 Hoge Raad 12 maart 2004
Een alinea uit Hoge Raad 12 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO0970.
3.3 Met zijn hiervoor in 3.2 vermelde overwegingen heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat de door [eiser] c.s. aan hun vordering ten grondslag gelegde koopoptie en de op 12 november 1995 door hen met [betrokkene 1] gesloten koopovereenkomst in onderlinge samenhang bezien aldus moeten worden uitgelegd, dat die koopovereenkomst is totstandgekomen door uitoefening van de optie door [eiser] c.s. en dat dezen nadien aan de, met die uitoefening uitgewerkte, optie geen rechten meer konden ontlenen jegens ([betrokkene 1] of diens rechtsopvolgers) [verweerder] c.s. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan voor het overige als van feitelijke aard in cassatie niet op juistheid worden onderzocht. Het is ook niet onbegrijpelijk. Hierop stuiten de middelen, die alle tot uitgangspunt nemen dat, anders dan het hof met betrekking tot de onderhavige koopoptie heeft aangenomen, een koopoptie eerst is uitgewerkt op het moment van levering van het gekochte, af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbef0d97c2427d799a0fac229679afe33ace456596dc114004998c7bf4d9337e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbef0d97c2427d799a0fac229679afe33ace456596dc114004998c7bf4d9337e, en de alinea staat in dat document op bytes 10993 tot 11992.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbef0d97c2427d799a0fac229679afe33ace456596dc114004998c7bf4d9337e | shasum -a 256