Citaat | Hoge Raad 9 januari 2004
Alinea 17 Hoge Raad 9 januari 2004
Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1504.
3.2. In het onderhavige geval klaagt belanghebbende in cassatie dat zijn gemachtigde de uitnodiging voor de zitting van het Hof eerst na de zittingsdatum heeft ontvangen. 's Hofs uitspraak houdt niet de feiten in waaruit blijkt dat die uitnodiging op regelmatige wijze tijdig op het adres van de gemachtigde is aangeboden. De desbetreffende klacht is derhalve gegrond. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen voor een nieuwe behandeling van de zaak, waarbij belanghebbende alsnog de gelegenheid zal hebben zijn beroep mondeling toe te lichten. De klachten behoeven verder geen behandeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdc5edba01086cf21d5f24e79c3b8690304aa2870dfc571d9172503670791b9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdc5edba01086cf21d5f24e79c3b8690304aa2870dfc571d9172503670791b9f, en de alinea staat in dat document op bytes 6858 tot 7488.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fdc5edba01086cf21d5f24e79c3b8690304aa2870dfc571d9172503670791b9f | shasum -a 256