Citaat | Hoge Raad 17 september 2004
Alinea 28 Hoge Raad 17 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 17 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO3145.
4.1.1. Het Hof heeft geoordeeld dat uit het spaardeel van de spaarhypotheekverzekering voor belanghebbende geen verzekeringsverplichtingen voortvloeien en dat mitsdien met betrekking tot dat gedeelte van de verzekeringsovereenkomst geen premiereserve kan worden gevormd. Aan dit oordeel legt het Hof ten grondslag dat voor de toepassing van het BRV de desbetreffende verzekeringsovereenkomst moet worden gesplitst in een zogenoemd spaardeel en een zogenoemd overlijdensrisicodeel. Het verweer van belanghebbende dat de verzekeringsovereenkomst niet aldus mag worden opgesplitst, is door het Hof verworpen met het betoog dat, nu belanghebbende zowel ten behoeve van haar interne calculaties en premieberekening als jegens de verzekeringnemer, alsook in relatie tot de financiële instellingen die bij de hypothecaire geldlening betrokken zijn, de overeenkomst feitelijk heeft gesplitst in een zuivere spaarovereenkomst en een risicoverzekeringsovereenkomst, niet valt in te zien waarom voor de berekening van de premiereserve splitsing wèl achterwege zou moeten blijven. Middel I bestrijdt dit oordeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3bc2eca950cc29b6a7e10175de9041998b214c96854a437cf38b1fed8dda0cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3bc2eca950cc29b6a7e10175de9041998b214c96854a437cf38b1fed8dda0cb, en de alinea staat in dat document op bytes 12926 tot 14042.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b3bc2eca950cc29b6a7e10175de9041998b214c96854a437cf38b1fed8dda0cb | shasum -a 256