Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004

Alinea 36 Hoge Raad 7 mei 2004

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO3167.

3.3 Het middel is gericht tegen rov. 12 en 13 van het bestreden arrest. Daarin heeft het hof de grief die was gericht tegen de verwerping van de stelling van [eiser] dat in de procedure voor de bestuursrechter fundamentele beginselen van procesrecht zijn geschonden en dat daarom een uitzondering op het beginsel van de formele rechtskracht moet worden gemaakt, van de hand gewezen. Het hof heeft daarbij overwogen dat het bestuursrecht wat betreft het horen van getuigen afwijkt van het burgerlijk procesrecht, omdat de bestuursrechter niet verplicht is getuigen te horen, maar dat zulks niet betekent dat de bestuursrechter, handelend conform het voor hem geldende bestuursprocesrecht, door het niet willen horen van getuigen enig fundamenteel beginsel heeft verzaakt en daarmee grond heeft gegeven voor het maken van een uitzondering op de formele rechtskracht van het intrekkingsbesluit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f28afefcd2b72d24cff296218aac3c4dd812916965427b0c8c01c19df7376c22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f28afefcd2b72d24cff296218aac3c4dd812916965427b0c8c01c19df7376c22, en de alinea staat in dat document op bytes 8930 tot 9834.