Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004
Alinea 37 Hoge Raad 7 mei 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO3167.
3.4.1 Volgens het primaire onderdeel van het middel kan in een procedure als de onderhavige bij de burgerlijke rechter niet worden beslist, zoals het hof heeft gedaan, zonder aan [eiser] recht te doen met het oog op de waarborgen die in het burgerlijk procesrecht op het punt van het horen van getuigen zijn neergelegd. Aan die waarborgen wordt, aldus het onderdeel, op onaanvaardbare wijze afbreuk gedaan indien de bestuursrechter, handelend conform het voor hem geldende bestuursprocesrecht, niet bereid is (voorgestelde) getuigen te horen en vervolgens in de procedure voor de burgerlijke rechter de beslissing van de bestuursrechter met zich brengt dat sprake is van formele rechtskracht van het intrekkingsbesluit waarop geen uitzondering kan worden gemaakt, waardoor de in de procedure voor de burgerlijke rechter ingestelde vordering toewijsbaar is zonder dat [eiser] in de gelegenheid is geweest tot (relevante) bewijsvoering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f28afefcd2b72d24cff296218aac3c4dd812916965427b0c8c01c19df7376c22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f28afefcd2b72d24cff296218aac3c4dd812916965427b0c8c01c19df7376c22, en de alinea staat in dat document op bytes 9854 tot 10801.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f28afefcd2b72d24cff296218aac3c4dd812916965427b0c8c01c19df7376c22 | shasum -a 256