Citaat | Hoge Raad 12 oktober 2004

Alinea 40 Hoge Raad 12 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 12 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO3233.

4.8. Soortgelijke moeilijkheden kunnen ook rijzen bij samenloop van een civielrechtelijke en een opvolgende strafrechtelijke plaatsing, waarvan hier moet worden uitgegaan. Gelet daarop brengt een redelijke wetstoepassing, die leidt tot een voor de praktijk hanteerbare oplossing, mee dat de regel van art. 38l, tweede lid, Sr in een geval als het onderhavige van overeenkomstige toepassing is. Dat betekent dat, mocht de strafrechter een last tot plaatsing als bedoeld in art. 37, eerste lid, Sr geven in het geval dat ten aanzien van de verdachte reeds een civielrechtelijke plaatsing van kracht is, laatstbedoelde plaatsing eindigt door het onherroepelijk worden van de last van de strafrechter zodat dan voorrang toekomt aan de - voor een periode van een jaar geldende - last tot strafrechtelijke plaatsing. Aldus wordt voorkomen dat onzekerheid kan ontstaan over de (geldigheid van de) titel op grond waarvan de betrokkene van zijn vrijheid is beroofd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76b95821b9d29890f0f1ba0630612b9656bb0701c5579da0e7babbda0d15c8f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76b95821b9d29890f0f1ba0630612b9656bb0701c5579da0e7babbda0d15c8f6, en de alinea staat in dat document op bytes 15520 tot 16489.