Citaat | Hoge Raad 30 maart 2004
Alinea 30 Hoge Raad 30 maart 2004
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO3545.
3.5. Tussen het instellen van het hoger beroep door de verdachte en de afdoening van de zaak door het Hof is ruim drie jaar en drie maanden verstreken. Echter, nog daargelaten de samenhang van de zaak met - zoveel mogelijk gelijktijdig te berechten - zaken tegen medeverdachten, alsmede de omstandigheid dat de zaak twee maal op verzoek van de verdediging voor het horen van getuigen of naar aanleiding van bepaalde stellingen van de verdediging voor nader onderzoek is aangehouden, kan dat tijdsverloop, anders dan de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep heeft aangevoerd, niet leiden tot de slotsom dat sprake is van een zodanig ernstige inbreuk op het in art. 6 EVRM vervatte recht op berechting binnen een
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09aab2a26b047c9f11852d33d0c3b3beb70f1c585effd576c2b14a68f9ce3804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09aab2a26b047c9f11852d33d0c3b3beb70f1c585effd576c2b14a68f9ce3804, en de alinea staat in dat document op bytes 12445 tot 13174.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09aab2a26b047c9f11852d33d0c3b3beb70f1c585effd576c2b14a68f9ce3804 | shasum -a 256