Citaat | Hoge Raad 30 maart 2004
Alinea 58 Hoge Raad 30 maart 2004
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO3545.
Dat betreft dan in de eerste plaats het bewijs omtrent de identiteit van [verdachte] sr. De kennis omtrent diens identiteit vloeide immers voort uit de betreding van de garagebox. (En niet uit de beweerdelijke eerdere ontdekking d.d. 15 juni 1997 dat [...] dezelfde was als "de zoon van de man met de baard", zie ook pleidooi eerste aanleg, waar al werd gewezen op het ontbreken van taps waaruit dat zou volgen. En niet uit het beweerdelijke telefoongesprek dat [...] op 26 augustus 1997 met zijn vrouw zou hebben gevoerd, omdat uit een gesprek met een willekeurige dame niet voortvloeit dat [...] zijn echtgenote belt.) Ook dit gesprek is verder niet in het geding gebracht en maakt geen deel uit van het dossier.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09aab2a26b047c9f11852d33d0c3b3beb70f1c585effd576c2b14a68f9ce3804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09aab2a26b047c9f11852d33d0c3b3beb70f1c585effd576c2b14a68f9ce3804, en de alinea staat in dat document op bytes 22548 tot 23275.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09aab2a26b047c9f11852d33d0c3b3beb70f1c585effd576c2b14a68f9ce3804 | shasum -a 256