Citaat | Hoge Raad 30 maart 2004

Alinea 62 Hoge Raad 30 maart 2004

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO3545.

"1. Namens de verdachte is gesteld dat het bewijs omtrent de identiteit van verdachte onrechtmatig is verkregen, nu de identiteit van verdachte eerst bekend is geworden nadat zijn naam werd gevonden op een document, aangetroffen in een koffer tijdens een onrechtmatige huiszoeking zodat al het op die identiteit gebaseerde bewijsmateriaal niet voor het bewijs kan worden gebruikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09aab2a26b047c9f11852d33d0c3b3beb70f1c585effd576c2b14a68f9ce3804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09aab2a26b047c9f11852d33d0c3b3beb70f1c585effd576c2b14a68f9ce3804, en de alinea staat in dat document op bytes 24599 tot 24992.