Citaat | Hoge Raad 30 maart 2004
Alinea 63 Hoge Raad 30 maart 2004
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO3545.
Het hof begrijpt dat de verdediging stelt dat de inkijkoperatie die op 20 augustus 1997 heeft plaatsgevonden in de garagebox in de [b-straat] te [plaats A], voorafgaand aan de huiszoeking in deze box, zelf reeds een huiszoeking is geweest. Het hof verwerpt dit verweer nu, gelet op de inhoud van het dossier en de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] afgelegd ter terechtzitting van het hof op 18 april 2001, niet aannemelijk is geworden dat voormelde inkijkoperatie het karakter van een huiszoeking had. Voorts is de stelling van de raadsman, inhoudende dat vaststelling van de identiteit van verdachte gebaseerd is op het in de garagebox in [plaats A] aangetroffen documenten, gelet op de inhoud van het dossier en de verklaringen van voormelde getuigen, niet aannemelijk is geworden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09aab2a26b047c9f11852d33d0c3b3beb70f1c585effd576c2b14a68f9ce3804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09aab2a26b047c9f11852d33d0c3b3beb70f1c585effd576c2b14a68f9ce3804, en de alinea staat in dat document op bytes 25030 tot 25848.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09aab2a26b047c9f11852d33d0c3b3beb70f1c585effd576c2b14a68f9ce3804 | shasum -a 256