Citaat | Hoge Raad 30 maart 2004
Alinea 64 Hoge Raad 30 maart 2004
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO3545.
2. Tevens heeft de raadsman ter terechtzitting van het hof van 3 september 2001 betoogd dat uit een vergelijkend handschriftonderzoek tussen het handschrift van de verdachte en de tijdens de huiszoeking in de woning van verdachte aangetroffen 17 bladen met aantekeningen, bladzijde 475 tot en met 491 en 10 bladen met aantekeningen, bladzijde 291 tot en met 300, volgt dat deze aantekeningen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet door verdachte zijn gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09aab2a26b047c9f11852d33d0c3b3beb70f1c585effd576c2b14a68f9ce3804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09aab2a26b047c9f11852d33d0c3b3beb70f1c585effd576c2b14a68f9ce3804, en de alinea staat in dat document op bytes 25868 tot 26357.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09aab2a26b047c9f11852d33d0c3b3beb70f1c585effd576c2b14a68f9ce3804 | shasum -a 256