Citaat | Hoge Raad 4 juni 2004
Alinea 53 Hoge Raad 4 juni 2004
Een alinea uit Hoge Raad 4 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO4596.
De rechtbank heeft de in de eerste volzin van dit citaat bedoelde stelling kennelijk uitgelegd in het licht van het in de memorie van grieven onder 2.7 gestelde. Deze uitleg is niet onbegrijpelijk. Het onderdeel is derhalve tevergeefs voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2cd44de4d9f55d95b590ce76355a2940acbe032b0682f22615944ffb556b373. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2cd44de4d9f55d95b590ce76355a2940acbe032b0682f22615944ffb556b373, en de alinea staat in dat document op bytes 15676 tot 15936.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2cd44de4d9f55d95b590ce76355a2940acbe032b0682f22615944ffb556b373 | shasum -a 256